Digitale toegankelijkheid klinkt vaak als iets technisch. Iets voor developers. Of als een vinkje aan het einde van een project. Nog even checken, nog even oplossen, nog even door die WCAG-eisen heen.
Maar zo werkt het niet.

Als je digitoegankelijkheid goed aanpakt, wordt je communicatie duidelijker, logischer en bruikbaarder. Voor iedereen.
Voor gemeenten, woningcorporaties en andere organisaties in het publieke domein is dat extra belangrijk. Je communiceert met bewoners, huurders, cliënten, medewerkers, partners en mensen die gewoon snel iets willen regelen. Niet iedereen gebruikt je website, document of formulier op dezelfde manier. De één gebruikt een screenreader, de ander navigeert met een toetsenbord of heeft moeite met laag contrast, lange teksten of onduidelijke knoppen.
En niet onbelangrijk: Je bent als organisatie in het publieke domein wettelijk verplicht om aan de WCAG-richtlijnen te voldoen. Dus laten we er eens induiken.
Digitoegankelijkheid betekent dat digitale middelen bruikbaar zijn voor iedereen. Denk aan websites, formulieren, video’s, nieuwsbrieven, documenten, applicaties en pdf’s.
Ook mensen met een beperking moeten informatie kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. Bijvoorbeeld mensen die blind of slechtziend zijn, doof of slechthorend zijn, dyslexie hebben, kleuren anders waarnemen, een motorische beperking hebben of hulpmiddelen gebruiken. Denk ook aan mensen met een tijdelijke beperking, zoals een gebroken arm. Ook daarvoor is digitoegankelijkheid belangrijk.

De basis is eigenlijk best simpel: kan iemand de informatie waarnemen, begrijpen, bedienen en gebruiken?
Daarom is toegankelijkheid niet alleen iets voor techniek. Ook strategie, content, ontwerp en beheer spelen een rol.
Bij digitoegankelijkheid kom je al snel uit bij WCAG: internationale richtlijnen die helpen bepalen of digitale content toegankelijk is. Dat zijn ook de richtlijnen waar je als publieke organisatie aan moet voldoen.
Belangrijk om te weten: WCAG kun je niet handig aan het einde op een project plakken.
Natuurlijk kun je achteraf testen. Dat moet zelfs. Maar als je dan pas ontdekt dat de structuur niet klopt, kleuren onvoldoende contrast hebben of documenten verkeerd zijn opgebouwd, ben je aan het repareren. En repareren kost altijd meer tijd dan goed opbouwen.
Toegankelijkheid begint dus bij de eerste keuzes. Wat maken we? Voor wie? In welke vorm? En wat moet iemand kunnen vinden, begrijpen of doen? Dat zijn echt communicatievragen.
“Even eerlijk: moet dit wel een pdf zijn?”
Wanneer we informatie willen overbrengen, denken we al snel aan een PDF. Maar dit is een van de lastigste middelen om digitoegankelijk te maken. Als informatie ook goed als webpagina kan, is web vaak beter: toegankelijker, mobielvriendelijker, beter vindbaar en makkelijker te beheren.
Stel daarom altijd eerst de vraag: is een pdf hier echt nodig?

Je hoeft als communicatieadviseur geen WCAG-specialist te worden. Maar je kunt het proces wel veel makkelijker maken.
Bepaal vooraf welk middel echt nodig is. Lever teksten zo definitief en gestructureerd mogelijk aan. Denk vroeg na over beelden, tabellen, grafieken en video’s. En betrek toegankelijkheid vanaf het begin, niet pas bij oplevering.
Laten we het concreet maken. In onze checklist vind je de vragen en onderdelen die je vóór de start van een project kunt doorlopen. Zo weet je beter wat er nodig is en voorkom je onnodig herstelwerk achteraf.
Twijfel je of je website, document of online omgeving toegankelijk genoeg is? Laat ons meekijken. Stuur je middel naar wendy@decode.nl en Wendy stuurt je binnen 2 werkdagen een toegankelijkheidscheck.